maart/april 2006
(bijna 3600 km. fietsen in 6 ½ week)
door Carla Simons
Tijdens onze fietstocht in Thailand (januari/februari 2005) kwamen we op het idee ook eens een langere fietstocht in Europa te gaan maken. Omdat wij niet zulke helden zijn in de bergen leek het ons een slim plan om langs de Rijn en langs de Donau naar de Zwarte Zee te gaan. Zo kan je heel Europa door zonder veel problemen dachten wij. Afgelopen winter hebben de dit plan verder uitgewerkt. Het moest kunnen; er bestaat zelfs een beschreven fietsroute van Katwijk naar Constanta: de “ Limesroute”. In drie gidsjes wordt een fietsroute beschreven langs de grens van het oude Romeinse rijk. Keurig uitgevoerd met kaartjes en zeer gedetaileerde omschrijving van de bezienswaardigheden met betrekking tot romeinse opgravingen, monumenten e.d.. Ook deze route volgt de Rijn en de Main en sluit dan aan op de Donau. Precies wat wij in gedachten hadden.
Het was onze bedoeling om in mei te vertrekken de totale afstand zou ca 3000 km zijn dus zouden wij eind juni zeker terug kunnen zijn. Maar dat moest even aangepast worden toen we hoorden dat mijn dochter zwanger was en eind mei de baby verwachte! Voor de eerste keer oma, daar moet je toch bij zijn? Dus stelde Rinse voor eerder op pad te gaan (ook beter i.v.m. planning van de moestuin!). In maart kan het immers ook heel mooi weer zijn.
Duitsland
Zo stapte we op vrijdag 17 maart 2006 op de fiets vanuit Brabant richting Rijn. Tent mee, warme kleding aan en goed bewapend tegen de regen (voor het geval het voorjaar toch nog even op zich zou laten wachten). Het eerste stuk langs de Rijn was voor ons bekend gebied, we hebben er veel gelopen en zwerftochten gemaakt met de NKBV. Maar op de fiets zie je het toch weer anders, natuurlijk zit je meer tussen de drukte van de bebouwing en heb je niet de mooie uitzichten die we bijvoorbeeld vanaf het Siebengebirge hadden. Maar je komt wel door de leuke stadjes met vakwerkhuisjes en oude stadsmuren die ook nu nog dienst doen tegen hoog water. Er zijn op goede fietspaden, langs de oevers van het water. Bovendien waren we niet alleen op weg; bij het pauzeren ontdekte we dat we gevolgd werden door diverse rijnaken uit Zwijndrecht, Ridderkerk, Oudewater enz. We hadden ongeveer de zelfde gemiddelde snelheid als de boten, alleen gingen die ’s nachts ook door en wij niet. De Limes route loopt dwars door de grote steden zoals Keulen, Koblenz, Mainz en Frankfurt. Bij Mainz stapten we over op de Main. We hebben op stadscampings gekampeerd, de meeste waren officieel niet open maar we konden er wel terecht. ’s Avonds de stad in om wat te eten in plaats van voor het tentje te gaan zitten kouwkleumen! Eigenlijk allemaal erg luxe voor ons doen.
Na zes dagen grote rivieren zijn we bij Miltenberg, al halverwege Duitsland . Maar nu begon de oversteek naar de Donau, en dus de klimmetjes. Eerst stroomopwaards langs de Erft, een heftig klein riviertje dat behoorlijk hoog stond. Klimmen tot 400 m, het valt best mee, wat vaker pauzeren en de beloning van de uitzichten. Daarna een steile afdaling naar de rivier de Tauber. “Liebliches Taubertal” stond er op de route bordjes. Ons boekje hadden wij niet eens nodig , goed bewegwijzerd en helemaal aangepast op de fietstoerist met bordjes van “radfahrer welkom” enz.. Het lijkt wel een beetje op het Pieterpad! Wij kiezen voor de tent; mooie wildkampeerplekken aan de bosrand met uitzicht op het dal. En natuurlijk bezoeken we ook het beroemde toeristische plaatsje Rothenburg aan de Tauber. Ik was er nog nooit geweest, heel
grappig die muur om het stadje waar je helemaal overheen kunt lopen. Gelukkig zijn we buiten het seizoen en is het er nog niet zo druk. Na Rothenburg komen we op ons hoogste punt ca. 500 m., en passeren we de waterscheiding van de Rijn en Donau (en dus ook van de Noordzee en de Zwarte Zee!).
We komen in het brongebied van de Altmuhl en gaan stroomafwaards. Maar echt gemakkelijker wordt het er niet op. De “Romantische Strasse” is volgens ons boekje een prachtig stuk auto-vrije fietsroute over witte gravel wegen die goed te fietsen zijn. Maar ons boekje is afgestemd op de zomer, en niet op het voorjaar en zeker niet op het staartje van de winter waar we nu toch nog steeds in zitten. Een paar dagen geleden lag er in Beieren nog een pak sneeuw van 1,5 m. zo werd ons verteld. En dat zal ook wel, er lagen nog resten sneeuw langs de weg en naar mate we verder oostelijk kwamen was ook het weiland wit! Op de weg kon je natuurlijk wel fietsen maar de fietspaden waren nu veelal ijsbanen, lopen dus! En die mooie gravelpaden? Door de opdooi hadden die nu een modder laagje van 2 a 3 cm. gekregen. Binnen de kortste tijd zaten de fiets, de fietstassen, en ook wij onder die troep!
De doorsteek van de Main naar de Donau zoals wij die maakten is voor de scheepvaart al heel lang een belangrijke route. In 1830 is er al een kanaal gegraven die deze route mogelijk maakte. Deze was echter maar heel smal en is later weer vervallen. Er zijn maar enkele stukken van bewaard gebleven die hebben wij dan ook opgezocht nauurlijk. De nieuwe verbinding loopt via het Altmuhldal. Ze hebben de Altmuhl hier deels voor uitgediept en rechtgetrokken. Bij Kelheim bereikten we de Donau. Al snel ontdekte we dat er hier nog meer mis was dan bij de Altmulh. Door al het smelwater van de laatste tijd stond het water hoog, erg hoog!
Regensburg zijn we door gefietst in de regen, helaas weinig gezien van de mooie aanlooproute naar Passau.
Oostenrijk
Bij Passau komen we in Oostenrijk, dat het een ander land is merkte ik niet echt. Wel dat de rivier de Inn erbij komt: nog meer water! Het traject Passau – Wenen is een van de bekendste fietsroutes van Europa. Prachtige fietspaden, tussen de heuvels en mooie dorpen. Helaas heeft iedereen nu last van het hoge water. Wij moeten dikwijls omfietsen ; borden met “Hochwasser” blokkeren steeds de mooiste stukjes. Soms lukt het ons wel om erdoor te komen, soms moeten we tot kniediep door het water fietsen of de fiets door het weiland slepen omdat we verkeerd gegokt hebben! Bij het plaatsje Sloger slingert de Donau tussen steile heuvels door, een prachtig stuk helemaal autovrij en een begaanbaar fietspad. We kamperen net voor dit traject op een nog dichte camping. Tent in de sneeuw opzetten, een afdak om boerenkool te koken en ’s avonds uitzicht op de ondergaande zon boven de Donau. We genieten nu dubbel van al dat moois.
Waar
de auto's niet door kunnen gaan wij gewoon verder,
Carla fiets langs de Donau bij Slogen (Oostenrijk)
In Wenen houden we een rustdag. Gebouwen bekijken, foto’s maken en de “Mozart-sfeer” proeven. Ook dat hoort bij zo’n tocht. Maar die grote steden, hoe mooi ook, ik heb er toch nooit echt geduld voor. Ik was blij dat we maandag 3 april weer verder gingen. Niet zo’n lang traject want we wilden wat tijd overhouden om de romeinse opgravingen bij Petronell Carnuntum te bezichtigen: amphiteaters, een mooi gerestaureerde toren en badhuis waar ze nog volop aan het uitgraven waren. Dat was ons laatste adres in Oostenrijk.
Slowakije
In Slowakije zijn we maar een halve dag geweest. Net ten zuiden van Bratislava kwamen we bij de grensovergang met Hongarije.
Hongarije
Na de paspoort controle mochten we door. Eerst Hongaars geld halen en wennen aan de vreemde
taal. Hongaars lijkt echt nergens op, ze gebruiken overdreven veel medeklinkers en maken elk woord zo lang mogelijk lijkt het wel! We voelen ons nu pas echt in het buitenland. Zelfs de eerste
paard en wagen! De eerste camping was natuurlijk officieel gesloten maar ook hier waren we van harte welkom en werden we getracteerd op een glaasje sterk spul: “welkom in Hongarije!”
Al snel wordt het duidelijk dat de mensen het hier nog moeilijker hebben met de wateroverlast. De mooie stadjes langs de Donau liggen vol zandzakken en de waterleiding zal het ook wel niet meer doen want in Visigrad werden volop waterflessen uitgedeeld. Net voor Budapest zochten wij onderdak. Het had flink geregend en kamperen zagen we niet zitten. Een bordje “Zimmer Frei”
leek ons een goede optie. Dat was het ook: een heel vriendelijk oud echtpaar had een compleet
woongedeelte met keuken, douche en slaapkamer voor ons beschikbaar! Spullen drogen dus. Ze vroegen ons natuurlijk waar wij heen wilden. Toen het mevrouwtje van ons plan hoorde om de Donau te volgen klapte ze met veel beklaag in haar hande; “Duna, Duna” herhaalde ze steeds.
Het was ons intussen ook wel duidelijk. We konden de Donau niet blijven volgen. Tot Budapest wel, maar daarna moesten we de route verleggen…. de bergen in?
’s Morgens na een goed verzorgd ontbijt naar Budapest. Daar hebben we de hele middag genomen om rond te kijken. Dit was ons eerste doel en een goede plaats om kaarten naar het thuisfront te sturen. Budapest bestaat eigenlijk uit twee steden; Buda, het historische en tevens toeristische deel aan de west oever van de Donau en Pest het commerciele deel aan de oost oever. We hebben er lekker in de zon gezeten om het vervolg van de tocht uit te zoeken. In ieder geval naar Roemenie. We hadden inmiddels een goed kaartenboek van Roemenie kunnen kopen en hierop leek het mogelijk om over niet al te hogen passen de Karpaten over te steken tussen Timisoara en Tirgu Jui. Daarna de beste grens overgang uitzoeken. Officiele grensovergangen zijn er niet zo veel dus de keuze was beperkt. Via Yogoslavie leek ons het beste.
De volgende dag; zomaar langs de weg, kilometers van enig dorp, hield Rinse’s fiets ermee op. De vrijloop kapot. Vooruit of achteruit trappen; de ketting deed niet mee! Hoe dat te maken was wisten wij ook niet dus dan maar de fiets op z’n kop en even schudden. Het hielp, we konden weer verder. Maar ’s avonds gebeurde het weer op de camping in Skeged. Gelukkig de laatste grotere plaats in Hongarije. Hier hebben ze vast wel een fietsenmaker dachten wij. Dus de volgende dag op fietsenmakers jacht! Zo gemakkelijk bleek het niet, de eerste 3 adressen konden ons niet helpen. Het 4e adres wel. Ze hebben ons fantastisch geholpen, niet alleen de vrijloop gerepareerd, maar de achteras geheel vervangen, en een nieuwe achter velg er in gezet want die bleek ook kapot te zijn. Voor mij nieuwe tandwielen en ketting, alles nagekenen en de banden keihard opgepomp! “ U kunt er weer tegen aan” verzekerde de fietsenmaker ons.
Met de fiets hadden we
snel aanspraak, jammer dat we de taal niet spreken.
Links Rinse en rechts de fietser die ons de weg wijst in Boekarest.
Vol goede moed op naar Yogoslavie. We hoopten nog dezelfde dag Roemenie te kunnen bereiken maar we hadden fikse wind tegen en de weg viel niet mee. Zo stranden we bij een klein dorpje Rusko Selo nog net voor de grens. Hotels of campings zijn hier natuurlijk niet, ook geen “zimmer frei”. Dus vragen bij een restaurantje of zij iets voor ons konden verzinnen. We konden wel op het sportveld kamperen en bij hen blijven eten. Een prima idee! Met een traditionele yogoslavische ‘’grill” maaltijd en bier van de streek waren wij helemaal tevreden.
Roemenie
De volgende dag in de regen en storm over de grens naar Roemenie. Het was een kleine grenspost. De douane ambtenaren zaten zich duidelijk te vervelen want de één na de andere kwam ons “controleren”, paspoort bekijken, vragen of we nog “guns” of “hash” hadden, en ook nog of we soms “toerist” waren. Dat laatste klopte wel. Maar dat we voor de lol door de regen en de kou naar Jimbolia (het eerst volgende Roemeense dorp) wilden was toch wel gek. In Jimbolia hebben wij eerst deze mijlpaal weer gefierd. Even lekker warm binnen zitten met Roemeense soep (een zurig sapje met speksliertjes).
Dit grensgebied is misschien wel het armste deel van Roemenie. Krot woningen, maar ook vooral veel leegstand, gesloopte huizen, grote fabrieken en loodsen die leeg staan. En vuilnis overal, een trieste indruk maakt dit alles. Van Orvita een van de eerste stadjes, zie ik ook nu nog weer meteen het beeld van de grauwe/half gesloopte flats waar mensen nog in wonen. Groepjes mensen die overal rondhangen. Geen werk? Op de weg zie je alleen oude halfingezakte auto’s en paard en wagens met een onduidelijke lading troep. Vaak ook is het beangstigen stil op de weg. Meermalen werden we door politie aangehouden; paspoort controle. Verwacht ze dat we hier iets kwaads doen of houden ze ons in de gaten dat er niets gebeurt?
Gelukkig wordt het beter als we verder van de grens komen. De dorpen worden wat netter, huizen wat meer opgeknapt en in ieder geval wat bomen en bloemen. Winkeltjes met van alles en nog wat: “magazine mixt”. Nog volop paard en wagens, maar nu ook kuddes schapen wat koeien, varkentjes (prachtige krul-haar varkentjes) enzo. We gaan nu het berggebied in en ook het landschap wordt veel mooier. Nogsteeds goede wegen om te fietsen en vriendelijke mensen. De gastvrijheid in het dorpshotelletje in Anina blijft ons zeker bij, een grote speksteen kachel in onze kamer die volop brande en een badkamer waar je wel 3 tenten naast elkaar kan opzetten.
We hebben drie echte bergetappes gehad, en landschappelijk was dit misschien wel het mooiste stukje van de tocht. Door een kloof naar boven, uitzicht op de sneeuwbergen en uiteindelijk zelf over een pas waar nog sneeuw naast de weg ligt. Rustige wegen en daarbij ook nog prachtig weer! Dit deel van de Karpaten moet wel heel mooi zijn ook om te lopen. We denken al aan een volgend bezoek aan dit land, er valt vast nog veel meer te ontdekken.
Met de fiets gaan we nu echter weer de bergen uit. We nemen steeds de kleinere wegen, nog net niet onverhard maar niet veel verkeer. Wel veel kuilen in de weg. De voorste fietser moet steeds waarschuwen “gat” anders zit de achterste er met een klap in. We komen nu ook in het gebied van de zigeuners. Eerst vonden we het wel grappig, we waren inmiddels al volop gewend aan het paard en wagen gebeuren. Nu werden het een soort huifkarren. Het hele gezin leeft in het voorste stukje van de huifkar. Daarna komt een hele vracht hooi voor het paard en daarna het verzamelde oud ijzer, of soms een enorme stapels zakken met plastic flessen of hout. Ze reizen kennenlijk meestal in groepjes van 3 a 4 huifkarren van dorp naar dorp. Stoppen langs de weg net buiten zo’n dorp om de paarden te laten rusten en trekken weer verder. Wij hebben het er niet zo op. Niemand heeft ons iets gedaan. Maar deze mensen zijn zeker niet rijk en ook al zien wij er ook niet rijk uit, met ongewassen kleren en fietsen beladen met matjes en kampeerspullen, ze weten heus wel dat wij veel meer hebben dan zij.
Zowel de koeien als
de paarden worden gebruikt voor de kar
(in Roemenië in het bergtraject)
Het is geen toeristich gebied waar we doorkomen, dat we al twee maal een hotelletje konden vinden was puur geluk. Campings zijn er niet en een goede wildkampeerstek lukt op zondag 16 april ook niet. We kwamen een van die kleine gehuchtjes binnen waar nog net iets “restaurant-achtigs” was. Dan maar vragen of hier ergens een plek was om te slapen. Gelukkig troffen we de priester aan! Met gebrekkig engels/duits en vooral veel handgebaren konden wij uiteindelijk duidelijk maken wat we zochten. Hij moest eerst zijn vrouw (dat kan hier kennelijk) bellen en toen kwam zijn oplossing: We konden wel in zijn huis slapen. Alleen woonde hij 15 km. verder op. Maar we moesten eerst kennis maken met de burgemeester van het dorp waar we waren. De fietsen moesten op het stadhuis gestald worden; achter slot en grendel. In zijn krakkemikkige autootje reden wij over de ons bekende“gat” wegen naar zijn dorp.
“Mijn huis is jullie huis” verzekerde hij ons. De huiskamer bestond uit een ruimte met 2 zit-slaap banken en een tafel met – je gelooft het niet - een spik splinternieuwe computer! Eerst een stukje Roemeense kerkmuziek aanzetten. Daarna kregen we uitleg over het sanitair: De toilet bestond uit een hokje met een hoopje stront achter in de tuin. Het drinkwater haal je uit de put voor in de tuin. Koken doe je op butagas in de gang. Hij moest zelf op visite bij zijn grootvader. Geen probleem, wij konden ons best redden.
De volgende ochtend mochten we mee naar “zijn” kerk. Maar; oh jee… de achterband van de auto was plat. Alsof het de gewoonste zaak van de wereld was pakte de priester een fietspomt uit de achterklep en begon heftig te pompen. Met een kwartiertje hard werk had hij weer een paar uur rij-plezier verdiend. Zo ging het elke dag begreep ik wel. Het kerkje was echt heel mooi. Helemaal van hout en van binnen nog met originele muur schilderingen. Alles werd volledig onderhouden en bekostigd door de mensen van het dorp zelf! Geen wonder dat hij er zo trots op
was. Na foto’s van ons bij zijn kerk gemaakt te hebben met zijn mobieltje bracht hij ons naar de fietsen terug. We bedankte de burgemeester hartelijk voor het bewaken van de fietsen en vervolgde onze route op weg naar het volgende avontuur.
Het was nu nog 200 km. naar Bukarest. Alles ging prima al werd de weg wel steeds drukker en slechter. De wegen zijn gemaakt voor paard en wagen en niet berekend op groot, zwaar vrachtverkeer. Er komen gaten in die ze dan wat uitbikken en opvullen. Daarnaast komt dan weer het volgende gat. Zo gaat het kilometers lang. Vlak voor Bukarest hield de weg op. Om verder te komen zijn we met fietsen en bepakking de treinrails over gestoken. Maar de stad was veel te druk voor ons; te veel auto’s en te veel mensen. Bovendien veel te duur onderdak en of er een camping was, die ook nog open was kon niemand ons vertellen. Weg hier!
Aan de oostkant van Bukarest kwamen we op de doorgaande route naar Constanta uit, waar we hoopten iets van onderdak te kunnen vinden. Het tankstation in Fundulea, een dorp wat nog iets moest zijn volgens de kaart kon ons niet helpen. Maar tegenover het tankstation was een mooi boomgaardje. Ik had daar al een oogje op en nu leek het helemaal ons enige mogelijkheid. Gewoon aanbellen dus, en vragen of we de tent in de tuin op mogen zetten. We werden eerst wat afgeschrikt door blaffende honden, maar de toen kwam een mevrouw naar het hek om te vragen wat er aan de hand was. Ze sprak een beetje frans maar we moesten eerst de fietsen binnen zetten anders kon ze ons niet verstaan. Eenmaal binnen het hek zagen we dat er een caravan in de tuin stond met een NL plaat. We legden uit dat wij daar op de fiets vandaan kwamen en een plekje voor de tent zochten. Dit vond ze wel heel leuk en vervolgens ging zij haar man halen die wat meer duits sprak. Rinse kon behoorlijk met de man praten en al snel was het ijs gebroken. Te veel eigenlijk naar onze zin. Niets kamperen: we moesten in hun caravan slapen, in hun bed. Zelf gingen zij op zolder in het huis dat nog niet af was. Maar eerst eten en drinken! We hebben er de hele avond gezellig zitten praten. Met wat duits/engels en frans en vooral veel goede wil konden we elkaar best begrijpen. Ergens voelden we ons schuldig om zo van de mensen te profiteren, maar zo mochten we het echt niet zien zeiden zij. Zelf waren ze vroeger ook veel op pad geweest en hebben naar onderdak moeten zoeken.
Ons eindpunt was nu inzicht; nog maar 2 à 3 dagen fietsen en we zouden bij de Zwarte Zee zijn. Volgens de kaart konden we deze “b” weg waar we op fietsten blijven volgen. Parallel hieraan liep een snelweg voor het doorgaande verkeer. Het was ons verzekerd dat deze bij Fetesti samen kwamen en wij de Donau over konden. Halverwege bleek echter dat snelweg nog niet af was.
Alle verkeer van de snelweg werd over onze oude “b” weg geleid. Het werd veel te druk, ze reden er alsof het nog steeds snelweg was en vooral de vrachtwagens denderde vlak langs ons heen.
“Toeteren en doorrijden” was hun motto leek het wel. Het was gewoon levensgevaarlijk fietsen. We bofte dat er op een bepaald moment een paard en wagen op de weg zat. Daar zijn we meteen achter gaan hangen. Gek; maar voor een paard en wagen remmen zelfs de grootste vracht auto’s af! Een stelletje stomme buitenlanders op de fiets rijden ze finaal van de weg. Toen we weer alleen op de weg moesten deed ik niet meer mee. Liever een hele dag lopen dan 2 seconden te lang voor de wielen van een vrachtwagen blijven hangen. Rinse zag het lopen ook niet zitten dus hij had wat anders bedacht. Ze waren verder op de nieuwe weg aan het aanleggen. Daar konden we wel naar toe. Dus weer door het weiland ploegen met de fiets; dat waren we inmiddels al wel gewend. Het zag er prima uit; punt gaaf asfalt en alleen de werkauto’s op de weg! De weg werkers keken wel wat vreemd op maar niemand die ons de weg versperde en velen wuifden ons juist toe! Toen kwam de Donau weer in zicht; onze oude vertrouwde Donau. Nog steeds hoog water, maar de dam lag er ver boven en ook de bruggen waren hoog zat. We konden ook hier goed “auto-vrij’ rijden. Soms moesten we op de oude weg die ze aan het opknappen waren als de nieuwe weg al in gebruik was, maar een die paar exta kuilen deerden ons al lang niet meer.
Ik was blij toen we aan de overkant van de de Donau bij Cerna Voda aankwamen. Hier waren weer wat kleinere weggentjes. We konden weer het platte land in. De bekende kleine dorpjes met wit geschilderde bomenstammen, oude mensjes die op een bankjes langs de weg zitten uit te rusten, “magazine mixt” en paard en wagen… kortom zoals we Roemenie onderhand kende. Maar op het laatste stukje werd het nog wel even spannend. We moesten langs een sloperij of zo, onbemand, maar wel bewaakt door honden. Eerst kwam er één hard blaffend op ons afstormen maar algauw waren het er 10 of 12 en het bleef niet bij blaffen! Dicht naast elkaar fietsen en door gaan was de enige mogelijkheid. Ik voelde mijn fiets van achter slingeren, hangt er nu één aan de fiets? Hebben ze de band lek gebeten? Omkijken kon niet, extra kracht zetten en op z’n hardst schelden “stomme rot xxx honden”! De één na de ander ging gelukkig terug en de fiets was nog heel. Volgende keer zeker een anti-honden fluit mee!
De Zwarte Zee bereikt!!!
Een uurtje later kwamen we over een heuvel en zagen we voor het eerst de Zwarte Zee! Afdalen naar Novodari en dan het water in! Op de kaart stond een camping aangegeven, we vonden ook een groot bord langs de weg “Novodari Camping”. Maar meer dan een braak liggend terrein was het niet. Er was een tankstation voor het terrein. Dus wij uitleggen dat wij ruim 3600 km. hadden gefietst om vanuit Nederland hier aan de Zwarte Zee te komen kamperen. Dit vonden de jongens helemaal te gek. Natuurlijk mochten wij hier kamperen! Al snel stond ons tentje op een mooi beschut plekje achter een zandrug, gedeeltelijk in de schaduw en maar enkele meters van het strand. We hebben eerst uitgebreid van deze plek genoten en natuurlijk gezwommen.
Rinse in Constanta
Terugweg
De volgende dag was zondag en bij toeval ook nog precies het orthodox paas weekend. Zo hadden wij twee verplichtte rustdagen voordat we wat over de terug tocht konden regelen. Rond kijken in Constanta dat nog geen 10 km. van verderop lag, en natuurlijk foto’s maken om aan te tonen dat we het gehaald hadden. Dinsdag morgen 25 april stonden we al vroeg op de stoep bij het reisbureautje van Eurolines om te informeren over de mogelijkheden om naar Nederland te komen met de fietsen. Buiten verwachting was dat helemaal geen probleem. Nog dezelfde avond vertrok er een bus naar Bukarest met aansluiting naar Nederland. Voor 145 euro per persoon konden we mee. Fietsen ook, als we die in er een pakketje van maakten. Wij meteen terug naar de tent om alles in te pakken. Middernacht vertrokken we uit Constanta.
Maar in Bukarest liep het even fout. Het was natuurlijk nogal omslachtig met twee ingepakte fietsen, twee stel fietstassen, de tent en de handbagage om alles van de ene bus naar de andere te krijgen. De fietsen moesten we in ieder geval de bus in zien te krijgen dus hebben we de fietstassen even uit het zicht gehad. Iemand heeft daar kennelijk op zitten loeren want plotseling was er één fietstas weg. Stom. Stom van ons, maar ook stom van die dief! Wat moet die nu met zulke spullen. Een kookpannetje, het laatste restje koffie, wat boter, oud fiets gereedschap enz. Maar ook de twee mooie hoefijzers die wij hadden gevonden en de kaarten. Maar het belangrijkste van alles; mijn dagboekje! Even zijn we natuurlijk heel kwaad, maar dan; ach als dat het ergste is wat er op deze reis is gebeurt mogen we toch zeker niet klagen!
Dus in de volgende bus op weg naar Nederland. We wisten al dat het een lange zit zou worden en hadden ons daar al op voorbereid. Echt slapen doe je niet, maar moe wordt je er ook niet van. Elke twee uur even naar buiten om te plassen, en af en toe wat eten en drinken. Wel was het nog een belevenis om de grenzen over te komen. Met de fiets stelde dit allemaal niets voor, maar nu. Eerst uren wachte voor de douane. Vooral bij de grens naar Hongarije was het erg. Midden in de nacht iedereen uit de bus. Je eigen bagage opzoeken en één voor één langs de douane waar van alles open moest. Ook voor de paspoorten moesten we allemaal de bus uit, in een lange rij staan, en bij het loketje de pas afgeven voor een scan. Toen ik daar zo half slapend stond leek het allemaal heel onecht, een rare nachtmerrie. Zo moet het vroeger bij heel wat grens overgangen
in Europa zijn geweest. Het hoort er allemaal bij zullen we maar zeggen. De mensen in de bus vonden het dan ook heel gewoon. Drie uur wachhtijd was kennelijk bij de reis ingecalculeerd want we kwamen de volgen dag op tijd aan.
Na 44 uur in de bus hangen kwamen we donderdag avond 27 april om zeven uur ’s avonds in s’ Hertogenbosch aan. De fietsen uitladen en weer in elkaar zetten was zo klaar. In een uurtje fietste we weer naar huis. Een prachtige tocht en vooral ook een hele belevenis achter de rug. We hebben te veel beleefd om alles op een A4-tje op te schrijven. Ik heb het idee dat ik nog niet de helft heb verteld, maar omdat we het dagboekje kwijt zijn koste het toch al veel moeite om het verhaal zover in de goede volgorde te krijgen. Vooral Roemenie heeft enorm veel indruk gemaakt, het leven in de kleine dorpjes, en de vriendelijke mensen. We zijn benieuwd naar de foto’s, dan komt alles nog eens extra tot leven. Ik maak natuurlijk een fotoboek en dit verslagje moet dan het dagboek vervangen.
Carla Simons, april 2006
Op bovenstaande kaart een globale schets van de door ons gefietste route.
Het tekeningetje is gemaakt door Ellen.