|
|
CARLA & RINSE OP HET INTERNET |
|
|
Slovenië Lavamund was het laatste dorpje in Oostenrijk voor de grens Oostenrijk-Slovenië. Er stond een mooi bord met een gedicht; "Alle begin is gemakkelijk, hoe verder je gaat, hoe moeilijker. Daarom komen er ook maar weinigen aan het eindpunt." Heel toepasselijk voor ons. Nu begint immers de echte uitdaging: De voormalige Oostblok landen, zonder bewegwijzerde fietsroutes, en met kaarten van 1: 500.000 of nog grotere schaal. Het begint al met de naam van de rivier. Drau heet hier ineens Drava.
Voor Maribor wilde we overnachten maar een geschikte plek konden we steeds niet vinden. Dan maar aan mensen vragen. Een oude man was net in zijn tuintje bezig. Met een beetje Duits en veel handen en voeten werk begreep hij dat we een kampeerplek zochten. Oh, dat was geen probleem. Naast het pad had hij een parkeerplaatsje. Konden wij mooi staan. We waren al weer blij, totdat we ontdekte dat het onder de peren bomen was en de grond bezaaid was met overrijpe-rottende peren! We hebben die nacht "fruitig" geslapen.
Het eerste stuk in Slovenië hadden we een drukke weg. We konden niet veel anders want je bent verplicht om bij een internationale douanepost de grens over te gaan, en dat zijn nu eenmaal drukke wegen. Als de pech strook wat breder is kan je baar best op fietsen, maar meestal is dat niet zo. Zolang de weg vrij is gaan vrachtwagens en bussen met een ruime bocht om je heen, maar als er tegelijk een tegenligger aan komt hebben ze geen zin om af te remmen. Dan kan je als fietser maar beter de berm in duiken, zo hebben we gemerkt.
Kroatië en een stukje Hongarije Dezelfde dag nog zijn we de grens Slovenië-Hrvatska gepasseerd. Een vreemde naam? Nee hoor, zo heet Kroatië in het Joegoslavisch. Het werd meteen een stuk rustiger op de weg. Leuke dorpjes, elk huisje heeft een hele hoop schuren en hokjes naast en achter het huis. Meestal worden er een paar koeien gehouden, kippen en eenden lopen los rond, kortom een gezellige rommel. Het was nu oogsttijd voor de maïs dus iedereen was druk bezig met maïs drogen en opslaan.
Om de Drava te blijven volgen zijn we ook nog een stukje door Hongarije gegaan. Dit was echt grens gebied en viel ons erg tegen. Armoedig en vervuild. We zagen hier ook ons eerste paard en wagen. Dezelfde dag nog gingen we terug Kroatië in. Van al het geweld de afgelopen jaren in Kroatië hebben wij niet veel gezien. Alleen in Osjek, de laatste grote plaats waar we door kwamen zag je wel de kogen gaten in grote gebouwen. Deze zijn nu afgedankt en zien er vervallen uit. Ik heb er maar geen foto van gemaakt. Je weet nooit misschien dat iemand daar moeilijk over doet.
Dat Kroatië al helemaal met de wederopbouw bezig is kan je aan alles zien. Enorme snelwegen, zonder verkeer overigens. Grote supermarkten waar van alles in overvloed te koop is. Op zaterdag 15 september bereikte we onze volgende mijnpaal: de Donau. We fietsen op een soort stuwwal langs het water. Je had zo mooi uitzicht ook over de enorme vlakte aan de andere kant van de Donau dat was nog steeds Hongarije . Dit was een populair stukje, welgestelde mensen uit de stad hadden hier een tweede huisje. De weg er heen was meestal nog maar nauwelijks af, maar de vakantie woningen stonden er al. Bij een hotel-restaurant, ook nog niet af natuurlijk, mochten we kamperen. Meteen even bij het water kijken natuurlijk. Nog best hoog water, maar niet te vergelijke met verleden jaar toen het water overal de huizen in liep.
Servië Ons volgende land was Servië. Het dal van de Donau is hier breed en eentonig. Het wordt ook steeds moeilijker om plek te vinden om te pauzeren vanwege de rommel die overal rondzwerft. Mensen houden hun dorpjes zo mooi schoon, maar alles erbuiten is bezaaid met vuilnis, vooral veel plastic zakken, plastic flessen en verpakkingsmateriaal. Hier kwamen we zomaar een echte bewegwijzerde fietsroute tegen. De "Donau radweg", het vervolg van de wereld beroemde fietsroute langs de Donau naar Budapest. Er blijkt een gidsje te zijn "Donau Radweg-von Budapest bis zum Schwarzen Meer" waarin deze route omschreven is maar dat hadden wij niet. "Laten we de route maar eens even volgen", zei Rinse. We kwamen al meteen bij een spoorweg overgang; alleen een wat vreemde mannier om het spoor over te steken. Dat zou in Nederland wel iets anders geregeld zijn, maar hier komen dan ook geen sneltreinen om het kwartier voorbij.
We konden er moeilijk omheen; Belgrado, de hoofdstad van Servië. Er stond een camping aangegeven op onze kaart, maar daar geloofden wij niets van. We hadden al tevergeefs naar meren gezocht die op de kaart stonden, maar al lang opgedroogd, of verhuisd moeten zijn geweest. Dit keer klopte het; een echte "motorcamp". In Zemun, 5 km. voor Belgrado. Hoogste tijd om weer eens een douche te nemen, de fietsen wat op te poetsen en gewoon eens wat rustig aan te doen. Een restaurant was er niet, ook geen winkel in de buurt dus moesten wij het maar met soep en brood doen. Ook niet erg, behalve dan dat ons brood ineens weg was. Er liepen zwerf honden op het terrein, daar waren wij niet op voorbereid. Onderweg deden we onze boodschappen zoveel mogelijk in de kleine winkeltjes. Altijd grappig om te zien wat ze daar verkochten. Van spijkers tot sokken en van limonade tot muurverf. Van alles meestal maar een of twee stuks. Maar wat het meest verkocht werd was toch vaak brood. En bier, en dan geen pijpjes maar plastic flessen van 2 liter! Elke winkel was daar ruim in voorzien. Of ze melk, sap of limonade hadden moest je nog maar afwachten. Alles stond trouwens wel netjes in de ijskast, maar die was meestal niet aan.
In Belgrado was het weer tijd om te naar huis te bellen. Dat kon in het postkantoor. Met al het zoeken naar een postkantoor hebben we ook wat van de stad gezien. Hoge gebouwen, veel mensen en vooral veel auto's. We waren al lang blij toen we na heel wat omzwervingen de stad weer uit waren. Nu op naar het spannendste stukje Donau :"De IJzeren poort" genaamd. De rivier scheidt hier de zuidelijke Karpaten van de noordwestelijke uitlopers van het Balkan gebergte. Over zo'n 134 km. slingert de rivier tussen de steile wanden van deze bergketens door. Prachtige rotsen aan beide zijden, steil naar beneden lopend tot in het water. De weg loopt steeds door tunneltjes. Een prachtige weg overigens, maar de tunneltjes waren niet echt prettig; smal en zonder verlichting. Bij de langere tunnels deden we het eerste stuk te voet, dan konden onze ogen aan het donker wennen. Als we dan de uitgang weer zagen ging het fietsen ook wel weer. De IJzeren Poort (Roemeens: Portile de Fier)
We hadden een prachtig kampeerplekje bovenop zo'n tunneltje. Uitzicht over de Donau en de overkant van het water. Dat was Roemenië. Je kon wel zien dat ze daar hard aan de weg aan het werken waren. We waren benieuw hoe de wegen er voor ons uit zouden zien als we de volgende dag de grens over gingen. We hebben hier ook onze eerste echte vakantie fietser ontmoet. Een Duitser op weg naar Zagreb. We stonden midden op de weg, natuurlijk heel hinderlijk voor de auto's maar we moesten toch wel even onze ervaringen vertellen en tips over de beste routes en onderdak adressen uitwisselen.
Roemenië Bij Drobeta Turnu Severin is de grens overgang naar Roemenië. Hier is in 1964 een dam over de Donau gebouw. Dit mega project is door Roemenië en voormalig Jugoslavie gebouwd ten eerste om overstromingen in het lager liggende deel te verhinderen. Daarnaast is het een enorme waterkrachtcentrale. Het ziet er allemaal wat rommelig uit. Maar de mensen bij de grensposten waren uiterst vriendelijk. Paspoortcontrole is er nauwelijks, ten minste niet voor fietsers.
Zoals we al verwachtten waren de wegen inderdaad een stuk slechter in Roemenië. Ze gebruiken daar het plak en knip systeem. Elk gat wordt uitgebikt en opgevuld, totdat er weer een gat naast komt wat ook weer zo behandeld wordt. Voor fietsers heel vermoeiend, vooral als sommige gaten gewoon nog niet dicht zijn gemaakt. Of als er bijvoorbeeld putdeksels ontbreken. Beetje uitkijken dus. Ook in Roemenië wilden we eerst de Donau een stuk volgen voordat we Bulgarije in gingen. En hier opeens onze volgende verassing. Een camping! Met grote letters aangegeven "Smile Camping". Wij kijken natuurlijk. Een stelletje waakhonden stormde op ons af dus ging ik in de slag met mijn "dazer" (een anti-honden fluit die een schel geluid maakt dat wij niet kunnen horen, maar een hond pijn doet aan zijn oren aldus de fabrikant). Ze renden niet meteen met de staart tussen de poten weg , maar kwamen ook niet dichterbij. Het helpt dus wel maar niet zoals ik had gehoopt. Het was inderdaad een camping, maar tevens een club! Gezellige bar met hang krukken en biljart, massage ruimtes, terras, strand met ligbanken en een V.I.P. gedeelte. Wat dat moest zijn was niet helemaal duidelijk, maar je moest wel in badkleding verschijnen kon ik lezen. Nu, buiten het seizoen was het niet in gebruik, maar wij mochten er wel staan met de tent; maar dan wel op het "kampeerveld" tussen de kleedhokjes.
Net als vorig jaar hebben we ook nu weer genoten van de gezellige dorpen en vriendelijke mensen in Roemenië. Weinig auto's en veel paard en wagens. Gras halen of gewoon een ritje naar het dorp. De oude vrouwtjes, gezellig kletsen op het bankje voor hun huis. Of de ganzen naar een weitje brengen net buiten het dorp.
Toch blijft Roemenië een raar land. De grote leegstaande gebouwen, oude megaboerderijen die niet meer in gebruik zijn en alleen maar kapot gemaakt worden. Langs de Donau zie je zelfs enorme percelen land helemaal ingericht voor bijvoorbeeld druiven teelt met terrassen en al. Maar geen druiven struiken te zien. Alleen maar braak liggend terrein waar een herder met wat schapen rond loopt. En dan nemen ze langs de weg kleine perceeltjes land in gebruik om er pepers of meloenen te telen. De mensen wonen achter zo'n perceeltje in een gammel hutje en gaan aan de weg zitten met een stalletje om een paar meloenen te verkopen. Hotels of campings waren hier natuurlijk ook niet. Om hier wild te kamperen vond ik ook niet zo'n goed idee dus dan maar vragen in het volgende dorp; Rast. Bij een klein cafeetje heb ik in de internationale "handen en voeten taal" uitgelegd dat wij onderdak zochten. Nee, er was natuurlijk niets, geen hotel, geen camping, ook geen klein pensionnetje of zo. Maar ik had al gezien dat er naast het café een grasveldje was. "Mogen we daar dan met de tent staan", probeerde ik duidelijk te maken. Toen dat eenmaal duidelijk was, was het ook geen enkel probleem meer. Tot de volgende ochtend althans. Want onze gastvrouw woonde kennelijk niet bij het café ze was 's nachts naar huis gegaan en had het hek van de tuin met een hangslot afgesloten. Wij konden er 's morgens dan ook niet uit. "Even verzinnen", zei Rinse "een tafel vóór het hek en een stoel aan de straat kant. Alle bagage er eerst overheen en dan de fietsen er ook op z'n kop overheen". Moet lukken. Het lukte ook maar we werden wel raar aangekeken door de mensen die voorbij liepen. "Buitenlanders, zie je wel dat ze eigenlijk gek zijn!"
Wij hadden nieuwe kaarten van Roemenië bij de ANWB gekocht. Op die kaarten stonden drie grens overgangen van Roemenië naar Bulgarije. De grens overgang bij Zimmcea kwam ons het beste uit. We wilde beslist om Sofia, de hoofdstad van Bulgarije, heen rijden. We wilde niet weer in zo'n enorme steden massa verdwalen. Maar ik vertrouwde het niet. Bij de eerste grensovergang zijn we dus maar even gaan vragen of het klopte dat je verderop ook naar Bulgarije kon."Geen probleem", zei een man van de Douane. Wij op naar Zimmcea. Maar, nee hoor, grens overgang al vele jaren buiten gebruik. Balen dus. We konden wel naar Bulgarije, 60 km. verder op bij Giurgiu. Kwaad van woede hebben we diezelfde middag die 60 km nog even extra door gefietst. De kilometer teller stond op 140 km toen we vlak voor Giurgui waren, en het begon al te schemeren. "We moeten hier maar ergens een plek gaan zoeken", zei Rinse. "Een visvijver, daar moet het wel lukken", zei ik. We reden net het zandpad op toen er een Nederlandse auto aan kwam. He, Nederlanders? Reageerden wij verbaast, en stapten af. De auto stopte ook. Het was inderdaad een Nederlander, Roelof heette hij en hij was net zo verbaasd om ons te zien als wij verbaasd waren om hem te zien. Hij woonde met zijn vrouw in een caravan aan de visvijver! Die avond hebben we gezellig samen gegeten en tot laat in de nacht bij het houtvuur zitten kletsen. Verhalen over Roemenië gehoord en verteld over onze tocht. De ergernis over die stomme douanem! an waren we al lang weer vergeten.
|
|
|