|
|
CARLA & RINSE OP HET INTERNET |
|
|
Nederland Verleden jaar hebben wij een fietstocht gemaakt van Loon op Zand naar Constanta aan de Zwarte Zee. Dat was onze eerste echte lange afstandstocht in Europa. We hebben toen veel gebruik gemaakt van de omschreven fiets route de "Limes weg". Deze route volgt voor zover mogelijk de noord grens van het Romeinse Rijk. Maar juist in de periode dat wij aan het fietsen waren hebben ze enorme overstromingen gehad langs de Donau en daar liep onze route ook voor een groot deel langs. Zo konden we het stuk op de Servische / Roemeense grens toen niet fietsen. Verder was het voor ons een uitdaging om eens met de fiets de Alpen door te steken. En natuurlijk lokt Istanbul als eindpunt van Europa. Het werd een echte meer landen tocht. We zijn dit keer in het najaar op stap gegaan om niet weer in watersnood door smeltende sneeuw terecht te komen. Bovendien gingen we nu met de zon mee naar het zuiden, en hoopten zo nog even langer van mooi weer te kunnen genieten. We zijn de eerste dag meteen naar het zuiden gefietst. De Leende hei, altijd mooi en nog met bloeiende hei. Waarom gaan we eigenlijk zo ver weg? Hier is het tocht ook mooi? Ons eerste overnachtingadres was een Vekabo camping (kamperen bij de boer) voorbij Roermond. Meteen al een leuk adres. En heel toepasselijk. Een gezellig terrein behorend bij een bloemisterij-kunstatelier. Ze hadden er allemaal naamborden hangen; van Nice en andere plaatsen, "Cortina d'Ampezzo" sprak ons wel aan. "Waarom?" vroeg de campingbeheerder. "Omdat we die kant uit willen fietsen", antwoordde Rinse. "Zal wel", zag je de man denken.
Duitsland Van hieruit naar het Ahrdal. Voor ons ook bekend als loop-gebied. Veel druiven teelt en toeristisch, maar wel gezellig. Bij Sinzig kwamen we bij de Rijn. Het was hier nog opvallend druk met vakantie fietsers. Fietsen wordt steeds populairder in Duitsland dat is duidelijk. Er komen steeds meer fietsroutes en aparte fietspaden.
Bij de Duitse Eck kwamen we twee Nederlanders tegen die op weg waren naar de Bodensee. "Wij willen eigenlijk nog iets verder", hebben we uitgelegd. Het mooiste stuk langs de Rijn is wel bij de Lorelei. Dit is een 132 meter hoge rots waar een de rivier een scherpe maakt en bovendien ook nog erg nauw is en daardoor een gevaarlijke stroming heeft. Berucht bij de scheepvaart wegens de vele ongelukken die hier voor zijn gekomen. Volgens een legende zou boven op de rots een zingende nimf met gouden haren zitten die met haar gezang de schippers afleidde waardoor ze tegen de rots voeren. Het fietspad was hier ook wel even erg nauw. "Het loopt wel door", verzekerde een Duitser ons en dat was ook zo.
Voor Mannheim hebben we aan de Rijn gekampeerd. Je hoorde 's nachts de grote rijnaken voorbij komen met een diep geronk van de motoren vooral als ze tegen de stroming in gingen. Wild kamperen is in Duitsland net als (bijna) overal niet toegestaan. Maar onze ervaring is dat er niets van gezegd wordt als je na zonsondergang de tent opbouw en 's morgens vroeg weer afbreekt. Ten minsten niet als je een plekje vind waar je niemand stoort en dat geen privé terrein of natuurgebied is. Een keer hebben we zelfs midden in een dorpje gestaan. Er was echt niets anders en het was een mooi klein parkje met een pizzeria twee straten verderop. Een honden uitlaatster zwaaide 's morgens vriendelijk naar ons toen ze onze tent zag. Bij Mannheim zijn we de Neckar stroom opwaarts gaan volgen. Ook hier hebben de Duitsers een mooie "Neckar-radweg " uitgezet. Maar ik vond dit stuk toch tegen vallen. Op de kaart lijkt het veel door heuvels te gaan, dat is ook wel zo, maar er waren erg veel fabrieken. Dus niet alleen veel lawaai, maar ook veel stank. Naast het fietspad waren steeds vreemde palen, en verderop steeds putdeksels in het fietspad. Het stonk er ook steeds; geen wonder, ze hebben hier de riool onder het fietspad liggen en je ruikt steeds de ontluchtingspijpen! Helemaal erg vond ik het toen we voorbij een enorme fabriek voor auto onderdelen kwamen. Er was een soort park aangelegd met aan de ene kant de snelweg en aan de andere kant ons rioolfietspad. Als je bij die fabriek werkt moet je ook nog hier recreëren! Je moet wel veel over hebben voor de welvaart! We hebben in Duitsland ook veel slecht weer gehad. Regen en kou. Soms zochten we even een schuilplek maar vaak ook is er niet meteen iets geschikts en rijd je maar door met het idee: "het zal zo wel over gaan". Dan vind je in Duitsland wel echt een beloning. Bijna elk stadje heeft wel een konditorei. Bakkerij met koffiedrink mogelijkheid en met een uitgebreide keuze aan gebak en lekkere broodjes. Maar nog belangrijker: "Milch-cafe"; koffie-verkeerd maar dan een lekker grote bak en goed heet!
Bij Nürtingen hebben we de Neckar verlaten. We steken nu de Swabische Alp door. Mooi heuvelachtig gebied met de eerste klimmetjes tot 800 m. Lekker oefenen voor straks in de Alpen! Hier kwamen we ook bij de waterscheiding tussen Rijn en Donau. De rivieren die we nu gaan volgen komen uit in de Donau en dus uiteindelijk in de Zwarte zee; klinkt goed vonden wij. We komen in het gebied van de thermische geneeskrachtige bronnen. Bad Wörishoven was ons eerste kuuroord. Een verassend druk dorp met allemaal oude mensen (zoals wij) die met handdoekje in de hand naar het badhuis gaan. Luxe hotels, sauna's en parken met zitjes en fonteinen. Ik dacht niet dat het nog bestond maar wel dus en nog druk bezocht ook. Het was inmiddels steeds slechter weer geworden. In begin veel regen maar nu ook echt koud en hagelbuien. We hebben een keer kunnen schuilen in een schuur bij een houtzagerij. Een andere keer hebben we extra lang gepauzeerd in een super luxe gasthof. Dat kon mooi want er was net een groep van 40 wandelaars binnen gekomen. Die moesten allemaal eten, konden wij mooi onopgemerkt blijven zitten, lekker droog en warm. Toen we in Bad Tölz aankwamen was het nog maar 4˚ C en dat begin september. Uiteindelijk zagen we toen kamperen ook niet zitten dus hebben we in een Gasthof overnacht. Dit was echt zo'n kuuroord-gebeuren. Als je in het Gasthof logeerde kreeg je gratis toegang tot het badhuis en sauna.
Wij waren al meer dan blij met een hete douche! Maar de volgende morgen voelden we ons wel een beetje verdwaald aan het ontbijt met onze fiets tenues aan tussen de dames en heren met nette pakken en jasjes.
We kregen een heerlijk uitgebreid ontbijt en geheel hersteld konden we er weer tegenaan. Eerst de Izar stroomopwaarts volgen. Dat was inmiddels een heftige rivier geworden na al die sneeuw en regen. In het Gasthof hadden ze ons al gewaarschuwd: "Kijk maar uit want hier regent het maar in de Alpen ligt al sneeuw."
Bad Tölz ligt op 657 m hoogte. Het was dus voorlopig klimmen naar de Sylvenstersee op 780 meter. Om ons heen de echte bergen van boven de 1000 m. en inderdaad sneeuw op de toppen! Een prachtig gezicht! Onderweg kwamen we nog een groepje Nederlandse wandelaars tegen. "Ja, hoor we zijn boven geweest", vertelde ze, "En we hebben in de sneeuw gelopen". De digitale camera kwam tevoorschijn met de bewijzen. Bij Achenwald kwamen we over de grens Duitsland-Oostenrijk en daarna door klimmen tot 958 m. bij Maurach. We hadden de ons hele dag al verheugd op de afdaling. Klimmen is leuk, maar je doet het immers niet voor niets. Toen we boven waren stond er een pijl met fietsroute apart van de autoweg. Des te beter dachten wij. Maar mis. Het was een super stijl gravel pad! Ik kon er echt niet fietsen, de tassen zijn best zwaar en het gravel rolt weg. Stompzinnig lopen dus! Tegen alle verwachtingen in waren we al om 15.00 uur in het Inndal. "Mooi nog een paar uurtjes doorfietsen, dan kunnen we net voor Innsbruck kamperen", zei Rinse "en morgen vroeg de stad door dan heb je het minste last van de drukte".
Oostenrijk en even door Italië De volgende dag dus vroeg erop uit. Na Innsbruck volgde immers de Brenner pas! De laagste pas van de Alpen maar altijd nog van 574 meter naar 1374 meter, dus 800 meter klimmen. Maar dan wel door een prachtig berggebied. En vooral nu er nog steeds resten verse sneeuw lagen. Het was dan wel bewolkt maar we gingen naar het zuiden ... richting zon.
"Nog even een foto maken bij de Europabrucke", riep ik Rinse toe. Dit is namelijk één van Europa's grootste bouwkundige bezienswaardigheden; een brug van de 820 m. lengte die 190 m. boven de het dal uitreikt. Bij harde wind heeft deze brug een uitzwaaimogelijkheid van maar liefst 20 cm! Ze zijn er zeker aan het werk, dacht ik eerst. Maar opeens leek het net alsof er iemand naar beneden viel, aan een touw wel is waar. Ze waren aan het "bungy-jumpen". Nou zij liever dan ik!
Het laatste stukje van de Brenner was wel echt klimmen: echt steil. In het kleinste verzet voor en achter en dan maar doortrappen. Stukje bij beetje kom je vooruit terwijl de auto's langs je heen schieten.
Maar ... richting zon, dat klopte wel. De Brenner pas is meteen de grens tussen Oostenrijk en Italië en in Italië was het prachtig weer! En dan een afdaling waar je van droomt! We hebben eerst een uitgebreide pauze gehouden om van al die luxe te genieten. Koffie zetten met een lekkere koek van de bakker erbij. Via Bressanone (of in het Duits; Brixen) zijn we stroomopwaarts het dal van de Bienzi (of wel; Bienze) ingegaan. Dit dal loopt recht naar het oosten en sluit als het ware aan op het dal van de Drau, die hier ontspringt en stroomafwaarts verder naar het oosten loopt. Deze hele doorgang is beter bekend als het Pustertal. Dobiaccio (of Toblach), op 1241 meter, is het hoogste punt, nog net in Italië. Bij Arnbach gaan we weer de grens over van Italië terug naar Oostenrijk. En toen stopte Rinse ineens. "Hier is iets niet goed", zei hij en wees naar het stuur. "Er zit nogal wat speling in,"vervolgde hij. Dat klopte wel; het stuur was al voor driekwart doorgescheurd! Dat was niet zo mooi. Maar wonder boven wonder stonden we daar net bij een heuse "bike-service point". Weer zo'n luxe waar je nooit op gerekend hebt. Er zijn er meerdere langs het hele Pustertal, van uitgebreide reparatie werkplaatsen tot simpele hulp posten. Deze was toevallig vlak bij een café dus wij meteen vragen of iemand ons kon helpen. "Jammer," antwoordde de serveerster, " het is vandaag zondag en dan is er niemand,maar wacht maar even". En ze was weer weg. Rinse ging al zoeken in zijn fietstas. "Met twee tent pennen en wat sporttape kan ik het toch repareren", zei hij. Er kwam een meneer uit het café kijken. "Dat wordt niets", zei hij en wees naar de tent pennen, "veel te gevaarlijk". "Alleen maar naar Lienz 30 km. verderop", antwoordde Rinse. "Onverantwoord", hield hij vol, "wacht maar". En ook hij was weg. Maar even later kwam hij terug. Met een stuur! Zijn eigen stuur van zijn oude fiets. Gebruikte hij toch niet meer. Mochten wij wel hebben! Gered! Dat was toch wel echt boffen. Even sleutelen om alles over te zetten en we konden weer verder!
Het volgende traject was vooral voor Rinse heel leuk. Hij heeft heel wat bergtochten gemaakt in de het Schober gebergte bij Lienz. Zowel met groepjes als met zijn kinderen. Dat was dan natuurlijk steeds met de auto heen en terug. Nu zijn we daar op eigen kracht heen gefietst.
We volgden nog steeds de Drau. Tot Villach was het een uitstekende route en werd er veel gefietst vooral in het weekend. Leuk om te zien dat fietsen hier ook een familie aangelegenheid is. Vaders met kleine kinderen op pad. De kinderen met stevige terrein fietsjes en valhelm. En ook veel groepjes die met bepakking fietsen, van pension naar pension.
Na Villach wordt het allemaal wat minder. We krijgen al wat Joegoslavische invloeden zo voelen wij. Minder luxe huizen, minder toeristen en het eerste kerkje met Joegoslavische teksten. De paden worden ook wat saai. Lange rechte dijken en slecht asfalt of los gravel. Er zijn hier ook geen campings, een mooi excuus om zelf een plekje te zoeken om te kamperen. Voor het avond eten even naar een supermarkt. We hebben weer eens ons oude recept klaargemaakt: rijst met boter en suiker. Wij doen er dan wel rozijnen en abrikozen bij. Lekker en gemakkelijk. We hebben bijna steeds zelf gekookt. Met de fiets kom je vaak genoeg in dorpen om boodschappen te doen en wat extra gewicht is ook geen probleem. Meestal kochten we een paar aardappels, een ui en tomaat of broccoli. Alles in de pan en even koken. Een paar plakjes kaas eroverheen en laten smelten en je hebt een prima maaltijd.
|
|
|