Carla & Rinse

CARLA & RINSE
OP HET INTERNET
voorpagina

 

Inhoud van de internetpagina's van Carla & Rinse:

 

 

Nieuw Zeeland
deel 2

 

<<<

 

We komen nu uit het Fiordland en hier is het ook wat minder druk met wandelaars. Vanuit Wanaka een klein toeristisch plaatsje konden we ons naar het begin van de wandelroute laten brengen met een busje. Dit stuk konden we zelf niet rijden omdat het een onverharde weg was en daar mag je niet op met een huurauto. Ik vond het ook wel grappig, tussen allemaal Nieuw Zeelanders. De chauffeur kwam uit Wanaka zelf en de andere wandelaars die ook in het busje zaten kwamen uit Auckland. De chauffeur had heel wat kommentaar op zijn stadse klanten, maar samen waren ze het er wel over eens dat alles beter was dan Australiërs (zelfs Nederlanders)!

 


De Rob Roy Glacier

 


In de sneeuw bij French Ridge

 

Op deze tocht zijn hebben we echt in de sneeuw kunnen lopen. Bij French Ridge, de hoogste hut uit die omgeving kon je kamperen en daarna verder doorlopen tot boven de 2000 m. Daar ligt zelfs in de nazomer nog sneeuw. Heel vreemd eigenlijk; in de Alpen van Europa vind je 's zomers onder de 3000 m. nauwelijks nog sneeuw. Je bent hier ook al veel eerder boven de boomgrens, met 1500 m. begint het al "alpine-achtig" te worden. De bekende hoge alpenweitjes zoals we die in Zwitserland kennen zijn hier eigenlijk niet. Het zijn hier veelal grote, brede rivierdalen tussen steile bergen met een dicht bos tot de boomgrens toe. Van die dichte bossen heb je na enkele uren wel genoeg, veel geklauter over boomstronken en geen uitzicht, maar boven was het prachtig. Resten van gletsjers en prachtige steile wanden dus veel foto's maken.

Op deze route kwamen we een Engelsman tegen, die warden (beheerder) van de hut was geweest en nu terug ging naar het dorp. Toen hij merkte dat wij Nederlanders waren werd hij meteen enthousiast. Hij vroeg of wij ook van "Vrienden van de fiets", waren. Hij had veel in Nederland gefietst en gebruik gemaakt ven deze onderdakadressen. Toen hij hoorde dat wij juist voor die sneeuw kwamen zei hij meteen dat we dan ook naar de Muellerhut moesten gaan. Hier had ik zelf ook al naar zitten kijken maar dat was bij Mount Cook en eigenlijk niet op onze route naar het noorden. De hut staat op een prachtige plek; net boven de plek waar twee gletsjers bij elkaar komen en je hebt prachtig uitzicht op Mount Cook; moet je heen gaan dus, adviseerde hij ons. Het zou ons twee extra rij-dagen kosten, maar het leek toch de moeite waard.

 


Een sluierwolk op Mount Cook

 


Mueller gletsjer bij Mount Cook

 

Ook voor deze hut moesten wij ons natuurlijk aanmelden. Omdat het maar één nacht was besloten we zonder tent te gaan, een echte Nieuw Zeelandse hut-ervaring moet je toch ook meemaken. De hut lag inderdaad heel mooi. Op weg naar boven had je prachtig uitzicht over de Mueller gletsjer en de Frind gletsjer, gletsjermeren en enorme morenes. Helaas zijn de gletsjers hier ook heel ver terug getrokken en ligt er veel puin en gruis op het ijs. Het spectaculairste was nog dat je het ijs "zag bewegen", er braken steeds grote ijsbrokken los die dan met een enorm gebulder naar beneden kwamen en uit elkaar spatten.

De hut ligt op 1800 m en het dorp maar op 782 m. dus het was best een pittige klim. Het huttengebeuren was ook wel heel anders dan we gewend zijn in Europa. Vooral in Oostenrijk zijn de hutten meer grote luxe hotels geworden, kompleet met tweepersoonskamers, warme douche, uitgebreid restaurant enz. De "huttenwaard" weet vaak beter welk bier het lekkerste is dan hoe hoog de dichts bijzijnde berg is. Hier is de "warden" vaak een vrijwilliger die in ruil voor zijn "op-pas" dienst gratis mag overnachten. Eten moet je zelf meenemen, douches, zelfs wasgelegenheid is er niet, geen dekens enz. Dat maakt de het allemaal wel veel echter en gezelliger. Het mooiste was nog het beluisteren van het weerbericht. Stipt om 19.00 's avonds ging de radio ontvanger aan. Het werd muisstil in de hut en iedereen luisterde gespannen naar het weerbericht. Je kan nooit weten, misschien wel sneeuw of mist, en dan ben je helemaal afgesloten van de buitenwereld! Wel een beetje overdreven vonden wij, met een afstandje van 2 uur lopen naar beneden over een pad waar dagelijks tientallen mensen heen en weer lopen!

Na dit bezoek hadden wij nog maar een vijf dagen voordat we over zouden varen naar het Noordereiland. We moesten natuurlijk langs de wereld bekende gletsjers van Frans-Jozef en de Foxgletsjer. Maar deze liggen net aan de andere kant van Mount Cook. Dus "even" omrijden (250 km) om bij de kust te komen. Het bijzondere hier is dat hier de ijsmassa's tot beneden de boomgrens komen; vroeger zelfs tot in de zee. Alles is weer prima verzorgd, je parkeert je auto op een ruime parkeergelegenheid, een uurtje lopen over een mooi aangelegd pad en je bent onderdaan de gletsjer. Althans, voor zover dat veilig is. Met een gids mocht je de gletsjer op. Je kon ook met een helikopter naar boven en zelfs afgezet worden op het ijs. "Heli-skieen", zelfs "heli-fishing" niets is hier gek genoeg. De vliegtuigen en helikopters zoeven steeds boven je hoofd. Mee lopend tussen de vele japannertjes en australiers vol behangen met foto en filmapparatuur voelden we ons hier toch niet helemaal op onze plek.

Doorrijden dus naar Nelson. We hebben nog een nachtje aan het Queen Charlotte track geslapen. Ook zo'n bekende wandelroute. Wel uniek mooi over een bergkam met links en recht het water dat rechtstreeks in verbinding staat met de zee. Mooie eilanden en, baaien en strandjes. En toch niet druk zoals je bij ons zou verwachten. We vonden een mooi DOC kampeerterreintje in zo'n baai. "Overnachten 5 dollar per persoon" zoals altijd. Maar er stond ook een bord dat overnachten niet was toegestaan. Een beetje verwarrend. Wij besloten dat we het verbodsbord niet hadden gezien. Tentje opzetten, potje koken en genieten van het uitzicht dus. Toen werd duidelijk waarom je er eigenlijk niet mocht kamperen; we zaten hier eigenlijk aan zee, toen we kwamen was het laagtij, bij hoogtij zou het water wel eens over dit strandje heen kunnen komen. Maar geen nood Rinse als ervaren dijkwachter schatte de risico's niet al te groot. 's Nachts een paar keer wacht lopen en als het nodig is kunnen we altijd nog oppakken. Dat was niet nodig, alles bleef droog. Een van onze mooiste kampeerplekjes van de tocht.

 


Queen Charlotte Track

 

Nieuw-Zeeland: oversteek naar het Noordereiland

 


Noordereiland
8 Auckland
9 Cormandel
10 Wai-o-tapu Park
11 Tongariro Nationaal Park
12 Wellington

 

Als echte autotoerist kwamen we de volgende dag bij de ferry. Oversteken van het Zuidereiland naar het Noordereiland gaat hier allemaal heel gemakkelijk. Auto parkeren, sleutel inleveren en aan boord. We hadden wel even pech want we kwamen om 9.50 uur aan maar mochten niet mee met de boot van 10.00 uur want de was " vol"! (een boot even groot als de boot naar Engeland), dus wachten tot 13.00 uur. Aan de andere kant krijg je weer een sleuteltje en staat je nieuwe auto klaar. We waren net helemaal gewend aan een klein Daihatsu autootje en nu kregen we een luxe Opel, sport model met automaat! Volgens mij spiksplinternieuw. En dan nog meteen de grote stad uit! Het kosten nog nog wel even wat moeite. Meteen volop in de drukte van Wellington, en dan nog veel files en wegwerkzaamheden. "Het lijkt hier Nederland wel!"

 


Tongariro National Park: Mt. Ngauruhoe en de rode krater

 

Maar ook nu nog was het steeds prachtig weer. Dus zo snel mogelijk naar het Tongariro National Park. Een enorme vulkaan Mt. Ruapehu zie je al van ver. Daar achter nog meer kraters en bergen. Wij wilden de "Northern Circuit" wandeling lopen; 3 1/2 dag lopen en overnachten in de tent bij de hutten. Dat kon, er was plaats genoeg. Wel werden we gewaarschuwd voor de drukte op het eerste traject. Van de Mangatepopo hut naar de Ketetahi hut is namelijk het traject van de wereld beroemde "Tongariro Crossing" een dag wandeling dwars door het vulkanische gebied heen. En deze waarschuwing was terecht, met busladingen liepen ze dit deel van de route af. Meestal gehaast en gestresst; er werd kennelijk een wedstrijd van gemaakt wie deze wandeling het snelst liep. Wij gingen niet zo hard. Bovendien kom je halverwege bij de Mt. Ngauruhoe, een jonge krater waar je helemaal naar boven kan tot op de kraterrand; 2287 m. Dat zag er uitdagend uit. Geen pad eigenlijk, alleen maar tegen het vulkanisch gruis op naar boven zien te komen over zo'n 800 m. hoogteverschil. Maar het is echt de moeite waard. Toen we bovenop kwamen kon je ineens in het gat van de krater kijken, geen meer, wel echte ruige rotsen, net alsof er pas nog een eruptie was geweest. We zijn over de krater rand gelopen naar de andere kant. Daar werd het nog spannender want met het opwarmen van de dag begon het hier te stomen, er kwam hete lucht tussen de rotsen uit opstijgen en door het verdampen van grondwater ook stoom! Echt veel zwavellucht was hier niet, maar wel geweest dat zag je aan de gele aanslag overal.

 

 

>>> naar de printversie >>>