Carla & Rinse

CARLA & RINSE
OP HET INTERNET
voorpagina

 

Inhoud van de internetpagina's van Carla & Rinse:

 

 

Nieuw-Zeeland
28 januari 2007 - 28 maart 2007

 

De aanleiding om naar Nieuw-Zeeland te gaan was om op familiebezoek te gaan bij mijn broer Roel en zijn familie. Roel woont nu al acht jaar in Nieuw-Zeeland en ik was er nog nooit op visite geweest. De hoogste tijd dus. Maar de reis werd veel meer dan een familiebezoekje.

 

Maleisië, deel een

 


 

Omdat Nieuw Zeeland ca. 24 uur vliegen van Nederland is hebben we de reis zowel op de heenweg als op de terugweg onderbroken met een bezoek aan Maleisië. Op de heenweg een week in het Natuurpark Taman Nagara en op de terugweg een week op het eiland Penang. Dat maakte onze tijd voor Nieuw Zeeland wel korter (maar zes weken), toch hebben we daar ook nog zowel het Noordereiland als het Zuidereiland bezocht.

Op 28 januari zijn we met Malaysia Airlines naar Kuala Lumpur vertrokken. Zoals echte backpackers met de "Rough Guide" in de hand op pad. "Travellers Lodge" klonk wel goed, was het ook (naar backpackers maatstaf althans). Dicht bij Chinatown dus de volgende dag hadden we het "Azie-gevoel" al weer snel te pakken. Het kabaal, de drukte, wirwar van auto's en bussen en natuurlijk de geur van de eetstalletjes waar de hele dag van alles klaargemaakt wordt langs de straat. Net als in Bangkok twee jaar geleden toen we onze fietstocht door Thailand begonnen.

Toch maar snel de grote stad uit dus na één dag in Kuala Lumpur zijn we doorgereisd naar Kuala Tahan, eerst met de 3 uur met bus en daarna 3 uur met een klein motorbootje. We moesten een brede maar heel ondiepe rivier opvaren, met aan weerszijden de jungle. Ik had in Nederland al een gidsje gevonden over het park. Het is het grootste natuurpark van west Maleisië en al vanaf 1925 een natuurreservaat. Een ondoordringbaar tropisch regenwoud waar van maar een heel klein deel toegankelijk is gemaakt voor bezoekers. Er lopen nog olifanten, tijgers en zelfs panters en luipaarden in het wild rond. Het gidsje beschreef diverse wandelroutes en overnachtingsplaatsen.

 


Woudreus in Taman Nagara

 


Bezoek aan een Orang Asli dorp

 

"Can we camp somewhere?", was onze eerste vraag toen we aankwamen in het dorpje aan de rand van het park. Dat ging: ze hadden een mooi grasveldje voor ons alleen. Wandelroutes waren er ook, alleen, helaas niet meer zoveel als in het boekje stonden. En ook de overnachtingsplaatsen waren niet allemaal meer in gebruik. Kennelijk is er enkele jaren geleden enorm veel moeite gedaan om meer toeristen aan te trekken. Dat is niet echt gelukt. Maar we konden wel op pad, een driedaagse tocht met gids door de jungle. Was heel leuk. Genieten van de geuren, van het geluid en van de enorme variatie aan planten en bomen om ons heen. We hebben overnacht in een grot en een keer in een eenvoudig hutje bij een "Orang Asli" (soort bergstam) dorp. Apen hoorde je onderweg wel en meerdere keren hebben we pootafdrukken gezien van olifanten, olifantenpoep, afgerukte palmbladeren waar ze hadden gegeten en geslapen. Soms niet meer dan een dag geleden vertelde de gids. Tijgers hebben we niet gezien alleen één keer een pootafdrukken. Wel hebben we de "leeches" gezien en gevoeld; bloedzuigers, ze kruipen zelfs door je sokken heen, bijten een stuk uit je vel en zuigen zich vol bloed. Een vieze bedoeling maar niet giftig of gevaarlijk. Door je schoenen en sokken met "kakkerlak-spray" te behandelen kon je ze enigszins afschrikken.

We hadden na die tocht nog twee dagen over en voelde ons echte "ervaren junglelopers", dus zijn daarna zelf eropuit gegaan. Langs de rivier stroomopwaarts liep nog een mooi pad. Aan het einde van dat pad was een (vervallen) kampeergelegenheid. Dat was iets voor ons. Lekker zonder gids, je eigen tempo lopen, onderweg nog even de rivier in als het te heet werd. We kwamen langs een plek waar de je de verse olifantenpoep zelfs nog kon ruiken! 's Avond een mooi plekje uitzoeken - niet op de "camping", maar aan de rivier. We hebben wel een flink kampvuur gemaakt, en 's nachts heb ik er nog een paar keer wat extra hout op gegooid om het aan de gang te houden. Je weet maar nooit of toch niet een verdwaalde tijger in de buurt is. Als die er was heeft die zich gelukkig niet laten zien die nacht. Daarna zijn we terug gegaan naar Kuala Lumpur het vervolg van onze volgende vliegreis naar Nieuw Zeeland.

 

Nieuw-Zeeland

 


 

Op het vliegveld van Auckland stonden Roel en Marieke ons op te wachten. Leuk om hen weer te zien, lekker bijpraten en wennen aan Nieuw Zeeland. Ze konden ons mooi op de hoogte brengen van de gewoonten hier en vooral van de vreemde verkeersregels en het links rijden. Als familie uitje stond zaterdags een boottochtje vanuit Auckland op het programma. Gezellig en meteen genieten van de zon en zee. We hebben nog twee wandelingen in de buurt van Auckland gemaakt. Onze eerste kennismaking met het regenwoud hier - heel apart als je er nog nooit geweest bent; al die "tree-ferns"; eigenlijk varens maar dan zo groot als een boom! En een dichte onderbegroeing met veel mos en lianen, spookachtig, net als in de "Lord of de Rings", maar dan in het echt!

 


Tree ferns (boomvarens) in het Waitekeri National Park

 

We wilden van Auckland uit eerst naar Christchurch op het Zuidereiland want daar hadden we een autootje gehuurd. Maar even met de trein en de ferry bleek niet zo gemakkelijk, dat zou ons 3 dagen kosten! Dus dan maar vliegen! Wat een luxe allemaal, helemaal niet wat wij gewend zijn; al die verzorging, boottochtjes, auto huren, vliegen.

 


Het Zuidereiland van Nieuw-Zeeland
(1) Queen Charlotte Track,
(2) Wellington,
(3) Christchurch,
(4) Mount Cook,
(5) French Ridge,
(6) Greenstone Track,
(7) Kepler Track

 

Maar we gingen toch ook naar Nieuw Zeeland voor de bergen? Zeker, zodra wij ons autootje in Christchurch hadden zijn we naar Queenstown gegaan, het centrum voor de wandelingen in Fiordland en de Southern Alps. In Nieuw Zeeland is het niet zoals wij in Europa gewend zijn; een kaart kopen en op pad gaan. Je moet van je te voren inschrijven voor een bepaalde wandeling, hutten of campsites bespreken en betalen, je rondje lopen en jezelf weer afmelden als je terug bent. De wereld beroemde Milfordsound wandeling konden we niet maken, dat wisten we al. Die moet je minstens een half jaar vooruit boeken. De Routeburn track zat ook al vol. Dus wij gingen voor de Kepler track. Zeker een heel mooie route, vooral het gedeelte boven de boomgrens en het uitzicht op de meren. En het veel beloofde slechte weer en de mist? Twee van de drie dagen hoor je hier in de regen te lopen, er valt wel 4000 mm per jaar! Maar niet als wij er zijn, we hebben niets dan prachtig weer gehad, alle dagen op het Zuidereiland!

 


Op de Kepler Track, Zuidereiland

 

Ook onze tweede tocht; een combinatie van de Greenstone - Caples route was prachtig. Door een alternatief pad te kiezen konden wij er een rondwandelingen van 3 dagen van maken, maar bij het alternatieve pad stond aangegeven "only for expirienced trampers"! Op de kaart zag het er niet moeilijk uit. Was het ook niet, behalve dan dat er geen plek voor de tent te vinden was! Uiteindelijk hebben we net over het zadel van de berg een plekje gemaakt. Met pollen gras en de lege rugzakken onder de tent konden we net tussen een paar grote stenen de tent opzetten. De volgende dag was het nog best wat struinen en zoeken voor we weer in het dal kwamen, maar wel leuk juist.

Zo kwamen wij weer terug bij de auto die we bij de "Divide"(een bekende plek voor de wandelingen) hadden geparkeerd. We verlangden naar wat meer echte bergen, dus op naar Mount Aspiring (3033 m.). Een van de hogere bergen in de Southern Alps. Ook nu weer konden we van de DOC (Department of Conservation) kampeerterreintjes gebruik maken. Dit is echt goed geregeld; kleine terreintjes zonder veel voorzieningen maar schoon en rustig gelegen waar je goed met de auto kunt komen en niet duur. Ze worden dan ook veel gebruikt door alle campers die hier rondrijden en overal maar een nacht blijven. Heel Zuidereiland lijkt trouwens vol met campers, meer zelfs dan gewone auto's en dat is dan nog buiten het hoog seizoen! Waarschijnlijk rijden hier meer toeristen dan mensen die hier wonen. Er zijn ook eigenlijk maar weinig dorpen. Alleen maar grote veebedrijven "stations". Dat had ik wel in Australië verwacht maar hier niet. Ook de enorme droogte in het binnenland viel ons op. Een land met zoveel regen, maar ten oosten van de bergrug echt super droog en dor! Alleen nog maar schapen en soms zelfs die niet meer.

 

 

>>> naar de printversie >>>