Carla & Rinse

CARLA & RINSE
OP HET INTERNET
voorpagina

 

Inhoud van de internetpagina's van Carla & Rinse:

 

 

Te voet de Alpen over van Bodensee naar Milaan

deel 2

 

Het Silvretta gebergte

Het Silvretta gebergte lag voor ons, hoger dan de Rätikon en met gletsjers! Voor Rinse bekend terrein, maar ik vond het er spannend uit zien op de kaart. Dat was het ook. Bij de eerste pas Vergaldner Joch (2511 m.) waren wel wat lastige rotsblokken maar het was geen probleem. Bij de tweede pas, vlak onder de Platten Spizze (2744 m.), was nog een restje gletsjer. Het begon mistig te worden en de markering steeds schaarser. Ergens beneden ons was een rode stip op een steen. Is dat de route of is het een weg gerolde kei? Volgens de kaart moesten we hoog blijven. Het volgende stuk werd nog gladder en steiler. We liepen eigenlijk op puur ijs. Rinse wist met zijn stokken goed overeind te blijven. Ik had gelukkig de pikkel, en hard nodig ook! Twee keer gleed ik even weg, gelukkig was er een barstje iets lager, daar naar toe op handen en voeten, en toen verder lopen. Ik was blij toen we weer op de rotsen zaten. Even bijkomen. Maar de mist werd steeds dichter en vervolg markering was niet te zien. Er waren twee overgangen voor ons, welke moesten we hebben? Toen het even iets opklaarde zag ik duidelijk de rode stip op de laagste van de twee. Daar moeten we dus op af. Nog een klein stukje gletsjer, gelukkig minder steil, en we waren over. Als toegift nog wat kabel passages en toen stonden we ineens voor de Saarbrücker Hütte (2538 m.). Een gezellige kleine hut. 's Avonds kregen we het menu van de dag:(Bergsteiger essen); pasta met zuurkool! Na alle inspannende smaakte zelfs dit nog lekker.

De volgende morgen konden we pas goed zien waar we eigenlijk waren. Het was kraakhelder weer. De hut bleek onderaan een prachtige gletsjer te liggen. Er was nieuwe sneeuw gevallen en daardoor leek alles nog veel mooier. Dus volop foto's maken. We kozen nu voor de gemakkelijke route via het Madlener-Hause (2034 m.) naar de Jamtalhütte. Hiervoor moesten we wel de over de Getschner Scharte, maar dat was niet moeilijk.De Jamtalhütte was een teleurstelling: eigenlijk een hotel. Onpersoonlijk, super luxe en ongezellig. Er liepen mensen met grote koffers, ze lieten zich met bagage en al boven brengen in een jeep, of ze nog aan lopen toe kwamen weet ik niet . Het was waarschijnlijk alleen maar bier drinken en duur-doenenrij. Jammer van zo'n mooie locatie want je had er prachtig uitzicht.

Wij waren er de volgende dag vroeg weg. Op naar de Futschöl Pas (2898 m.). Dit werd een van de mooiste stukjes van de tocht. Vanaf de pas kon je een prachtige gletsjer zien.... op loopbare afstand. Dus rugzakken af en zelf over de rotsblokken een weg naar boven zoeken. Met een half uurtje hard werk stonden we aan de voet van een prachtige ijswand. Het zonlicht scheen in de gaten van de wand en kleurde ze helder licht blauw, het smeltwater liep langs ijspegels naar beneden. Je voelde de kou van het ijs. Prachtig om zo dichtbij te zijn! Naar beneden was het even zoeken, hoe zijn we ook al weer gekomen? Ik heb er nog wat rond gezocht voor stenen; hier was echt mooi diepte gesteente te vinden met granaatjes en serpentiniet. Helaas veel meenemen kan niet want alles moet in de rugzak. Dat was het einde van de Silvretta. Een prachtig en vooral spannend gebergte!

 

Litzner Gletsjer bij de Saarbruecker Huette in de Silvretta
Litzner Gletsjer bij de Saarbruecker Huette in de Silvretta

 

Het Parco Nazionale Svizzero

We wilde nu naar de Ortler, maar om daar te komen moesten we eerst het dal van de Inn door en daarna het dal van de Adda. Daar tussenin ligt het Parco Nazionale Svizzero. Vanaf de Futschöl Pas eerst omlaag naar Ardez (1432 m.), een leuk dorpje aan de Inn met mooie oude huizen. Maar foerageren werd niets, het enige winkeltje dat er was was dicht. Dus er zat niets anders op dan de volgende dag naar Zernez lopen en daar op de camping te gaan staan. Een enorme tegenvaller. Een ongezellige camping op het industrie terrein. Een zogenaamde trekkers keuken bestaande uit een lekkende keet met kapotte butagas toestellen en nog geen eens een tafel of stoelen. Gelukkig konden we de volgende dag wel boodschappen doen.

We kamen nu bij een minder bekend natuurgebied het Parco Nazionale Svizzero, het ligt nog net in Zwitserland maar wel helemaal tegen de Italiaanse grens aan. De mensen hier spreken ook een vreemd taaltje; Retero-romaans, het lijkt op Italiaans op z'n Duits uitgesproken. Niet te verstaan. Er werd veel ophef gemaakt over het gebied met grote borden over "respectez la nature" en "no camping". Ik vond het niet zo bijzonder. We zagen er weinig wild en de paden waren behoorlijk afgetrapt. Bovendien hadden we daar onze koudste nacht van de hele tocht. Hopende op iets van beschutting hadden we de hele middag al door de regen gelopen langs een smal glad bergpad op weg naar een hutje dat op de kaart stond. Er was inderdaad een hutje op een alm op 2091 m. net onder de Munt la Schera. Maar het was op slot en er was geen enkele schuilgelegenheid. Rondom de hut stonden paaltjes waarbinnen je mocht lopen daar buiten was "natuurschuz gebied". Het weer werd steeds slechter dus meteen eten maken en vroeg de tent in. De volgende dag lag er sneeuw op de tent en het had flink gevroren. Vroeg op pad dus om warm te lopen. Op naar Italie want daar schijnt de zon toch?

 

 

>>> naar de printversie >>>