St. Antonier Joch, Raetikon (Oostenrijk)
Het Rätikon gebergte
Daarna begon het echte werk; op naar het Rätikon gebergte. De hoofdkam loopt in west-oostelijke richting en er loopt een wandelroute aan beide zijden van de kam. Deze kam is tevens de grens tussen Zwitserland en Oostenrijk. We volgden de "Liechtensteiner Höhenweg" naar de Pfälser Hütte (2108 m.) Onderweg kregen we een flinke stortbui dus wilde even schuilen in een hotel, maar daar zijn we gauw van genezen, Zwitserland is duur, maar Liechtenstein is nog erger. Alleen een kopje warme chocolademelk dus. De Pfälser Hütte (2108 m.) was onze eerste hut, gezellig. We ontmoette er 2 Nederlanders; een stel; blond meisje met een neger. Een neger in de bergen? Dat is al iets bijzonders, je ziet nu eenmaal weinig kleurlingen in de bergen. Ze hebben twee dagen de zelfde route gelopen als wij en we kwamen ze dus meerdere malen tegen.
De volgende etappe was van de Pfälser Hütte naar de Totalphütte een mooie hoge route, prachtig uitzicht en goede paden. Bij de Kleine Furka (2246 m.) zijn we de kam overgestoken naar Zwitserland en bij het Gafaljoch (2239 m.) weer terug Oostenrijk in. Spannende oversteken met stukjes kabel maar nergens echt gevaarlijk. We waren al om drie uur bij de Totalphütte, en het was nog mooi weer, dus nog even de Schesaplana op (2965 m.) een flinke klim, maar zonder rugzak geen probleem. Rinse heeft ons geregistreerd in het "Gipfelbuch " dat bij het kruis bovenop de berg ligt.
Van de Totalphütte zijn wij naar de Garschina-Hütte gelopen. De overgang bij de Schweizertor (2139 m.) leek gemakkelijk op de kaart, maar er zat één steil stukje in waar we met de rugzak op niet goed door durfden. Een goede gelegenheid om ons touw te gebruiken. Dus rugzakken af en ik ging eerst naar beneden. Rinse liet de rugzakken één voor één aan het touw naar beneden glijden. Het duurde allemaal wel lang, maar dat liever dan benen breken of erger.
Bij de Garschina-Hütte hebben we niet geslapen, maar zijn doorgelopen naar de volgende bergkam. Halverwegen die kam, vonden we een mooie kampeerplek. Daarna op naar Gargellen want we waren hard aan bevoorraden toe. De laatste pas van de Rätikon was de St. Antonier Joch (2379 m.). Al die dagen in de bergen hadden we weinig mensen gezien, maar nu ineens liep het storm, met bosjes kwamen de wandelaars op de pas af. Wat was hier aan de hand? Even later ontdekte we het geheim. Je kon hier met een kabelbaan naar boven: van 1400 m. naar 2123 m. Voor de pas hoefde je dan nog maar 250 m. te klimmen! Geen stijl! Zo kan ik het ook!
In Gargellen (1400 m.) had ik pas echt het idee dat we in Oostenrijk waren; in het restaurantje waar we zaten te wachten tot de winkel open ging hadden ze "Kaizerschmarn" (een kruising tussen pannenkoek en omelet). Dat was een welkome afwisseling op "pasta-met-een-sausje" of "huttenvoer".
Voorbij Gargellen hebben we gekampeerd. Het was moeilijk om een kampeerplek te vinden, vooral ook omdat we graag bij water wilden staan en dit nogal schaars was (karst gebied, kalksteen waar water veelal meteen in de grond zakt). Bij een herdershut vonden we toch een plek, dus ben ik maar even gaan vragen of zij het goed vonden dat wij er kampeerden. Mag best, zeiden de, maar pas op: morgen is het slecht weer, je kunt vast niet verder, en er lopen hier koeien, die vreten zo je tent op! Dat zien we dan wel weer, was onze conclusie.